Restverdiencapaciteit en re-integratieverplichtingen
In het Nederlandse rechtssysteem is de term ‘restverdiencapaciteit’ relevant voor situaties waarin werknemers door ziekte of arbeidsongeschiktheid niet in staat zijn om hun gebruikelijke werk uit te voeren. Restverdiencapaciteit verwijst naar het inkomen dat een werknemer nog kan verdienen, ondanks hun beperkingen. Dit concept is vooral belangrijk in het kader van de Wet verbetering poortwachter en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en heeft gevolgen voor de uitkering van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Wanneer spreek je van restverdiencapaciteit?
Restverdiencapaciteit komt aan de orde wanneer een werknemer, na een periode van arbeidsongeschiktheid, niet meer in staat is om het volledige salaris te verdienen, maar nog wel een bepaald inkomen kan genereren. Dit kan het geval zijn wanneer de werknemer gedeeltelijk hersteld is of wanneer er passende arbeid beschikbaar is die minder belastend is voor de werknemer. De restverdiencapaciteit wordt vaak vastgesteld aan de hand van:
Re-integratieverplichtingen
Werkgevers en werknemers hebben beide verplichtingen op het gebied van re-integratie. Deze verplichtingen zijn gericht op het bevorderen van het terugkeren naar werk, zowel in de eigen functie als in ander passend werk. De belangrijkste re-integratieverplichtingen zijn:
Bij schending van deze verplichtingen kunnen er financiële gevolgen zijn, zoals het verminderen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of zelfs het verlies daarvan.
Als u meer specifieke vragen heeft over restverdiencapaciteit of re-integratieverplichtingen, of als u juridisch advies nodig heeft, raad ik aan om contact op te nemen met een gespecialiseerde advocaat. U kunt ons contactformulier invullen op onze website voor verdere ondersteuning.