Lawspot Advocaten

Erfrecht

Na het overlijden van een dierbare zal het verdelen van de nalatenschap moeten plaatsvinden. Zaken zoals de woning en andere bezittingen zullen een nieuwe eigenaar moeten vinden. Dit kan problemen oproepen, want wie heeft recht op wat? Gelukkig heeft de wetgever dit geregeld. Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek regelt het erfrecht. Dit betekent gelukkig ook weer niet dat de wet altijd bepaalt wie wat krijgt. De regels van boek 4 zijn namelijk niet allemaal van dwingend recht. Dit betekent dat het mogelijk is om van de regels af te wijken. Dit kan via een testament. Regel je niets en heb je geen testament? Dan bepaalt boek 4 van het Burgerlijk Wetboek de verdeling van jouw nalatenschap. Hieronder lees je meer over het erfrecht in Nederland. Allereerst zal het wettelijke erfrecht besproken worden en vervolgens het testamentair erfrecht.

Het wettelijk erfrecht

Om volgens de wet recht te verkrijgen op een gedeelte van de nalatenschap moet allereerst wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Allereerst mag er geen sprake zijn van onwaardigheid. De erfgenaam moet waardig zijn om een voordeel te verkrijgen uit de nalatenschap. Dit betekent dat de erfgenaam bijvoorbeeld geen strafbare feiten zoals; moord, bedreiging ter voorkoming van het opstellen van een testament, of laster jegens de erflater mag hebben gepleegd. Daarnaast moet men ook bestaan op het moment dat de nalatenschap openvalt. Dit betekent dat de erfgenaam in leven moet zijn op het moment dat de erflater sterft. Tenslotte moet er sprake zijn van een familierechtelijke betrekking. Er moet dus sprake zijn van een juridische bloedsverwantschap, enkel biologische bloedsverwantschap is onvoldoende.

Wie erven volgens de wet?

Wanneer de erflater geen testament heeft opgesteld, bepaalt de wet 4 groepen die staaksgewijs recht hebben op de nalatenschap. Dit betekent dat de erfgenamen uit bijvoorbeeld groep 3 pas recht hebben op de nalatenschap, wanneer er geen erfgenamen zijn in groep 1 en 2. Zijn er wel erfgenamen in groep 1, dan hebben de erfgenamen uit groep 2,3 en 4 geen recht op de nalatenschap. Dit leidt tot de volgende regel; allereerst komen de (niet van tafel en bed gescheiden) echtgenoot en de kinderen van de erflater, zij hebben als eerste recht op de nalatenschap. Heeft de erflater geen echtgenoot of kinderen, dan hebben de ouders en broers/zussen van de erflater recht op de nalatenschap. Leven de ouders van de erflater niet meer en zijn er ook geen boers of zussen meer, dan hebben de grootouders recht op de nalatenschap. Heeft de erflater ook geen grootouders, dan hebben de overgrootouders recht op de nalatenschap.

De erfgenamen uit de groep hebben ieder, in beginsel, recht op een gelijk deel van de erfenis. Hier gelden twee uitzonderingen op in de tweede groep. Ouders krijgen altijd minimaal een kwart van de nalatenschap en halfbroers en halfzussen krijgen de helft van wat een volle broer of zus krijgt.

Voorbeeld

Jan overlijdt, zijn nalatenschap bedraagt een huis ter waarde van €300.000 plus een inboedel, auto en overige bezittingen ter waarde van €100.000. Zijn totale nalatenschap heeft dus een waarde van €400.000. Jan heeft geen testament. De wet regelt dus de verdeling. Allereerst moeten we kijken of Jan een echtgenote en kinderen heeft. In dit voorbeeld gaan we er van uit dat Jan geen echtgenote heeft en kinderloos is overleden. Daarom moeten we vervolgens kijken of Jan ouders en broers of zussen heeft. Laten we er vanuit gaan dat Jan beide ouders nog heeft, twee broers en 1 halfzus. Het uitgangspunt is dat alle erfgenamen voor gelijke delen erven. Dit zou betekenen dat de ouders, de twee broers en de halfzus allemaal een vijfde deel erven dus €80.000.

Hier komen de uitzonderingsregels kijken, elke ouder erft namelijk minimaal een vierde deel. Dit betekent dat de ouders €100.000 per ouder erven. De overige €200.000 moet worden verdeeld over de twee broers en de halfzus, waarbij de halfzus, de helft krijgt van wat de broers per persoon ontvangen. De broers hebben daarom recht op €80.000 per persoon en de halfzus heeft recht op €40.000.

Plaatsvervulling

Het kan gebeuren dat iemand binnen een van de groepen zelf ook al is overleden. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een van de kinderen van de erflater is overleden. In deze situatie kunnen de kinderen, van het overleden kind van de erflater (dus de kleinkinderen) de plaats in nemen van hun ouder. Zij erven als kinderen gezamenlijk het gedeelte van de nalatenschap, dat hun overleden ouder zou erven.

Voorbeeld

In dit voorbeeld kijken we wederom naar de nalatenschap van Jan. Echter, nu gaan we er vanuit dat Jan zijn echtgenote (Maria) achterlaat en twee dochters, de derde dochter is helaas al overleden. Jan heeft twee kleinzoons van zijn overleden dochter. Die nemen de plaats in van de overleden dochter (dus van hun moeder) in het wettelijk erfrecht. Het uitgangspunt is dat alle erfgenamen de nalatenschap in gelijke delen erven. De kleinzoons nemen echter gezamenlijk de plaats in van hun overleden moeder. Dit betekent dat zij gezamenlijk evenveel erven als de echtgenote en de dochters van Jan. De echtgenote en de dochters hebben dus recht op €100.000 per persoon van de nalatenschap. De twee kleinzoons hebben gezamenlijk recht op €100.000 van de nalatenschap.

Wettelijke verdeling

Het hierboven beschreven voorbeeld geeft het uitgangspunt weer in de eerste groep. Voor de eerste groep gelden echter nog aanvullende regels. Deze regels beschermen de langstlevende echtgenoot. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de echtgenoot graag in de woning wil blijven leven en de inboedel wil behouden. De wet bepaalt daarom het volgende; bij overlijden van een niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, verkrijgt de langstlevende echtgenoot alle goederen uit de nalatenschap. De kinderen verkrijgen vervolgens een vordering op de langstlevende echtgenoot. Deze vordering is pas opeisbaar wanneer de langstlevende echtgenoot overlijdt of failliet wordt verklaard. Nog moeilijker wordt het als de ouders in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Dan behoren de goederen van de gemeenschap sowieso aan de langstlevende ouder toe.

Voorbeeld

We kijken weer naar de nalatenschap van Jan. Wederom laat hij een waarde van €400.000 na. Echter, in dit geval is Jan in 2018 met zijn echtgenote in gemeenschap van goederen getrouwd. Dit betekent dat alles wat tijdens het huwelijk is verkregen, in de gemeenschap valt en dus na het overlijden voor de helft aan zijn echtgenote toebehoort. Was Jan voor 2018 getrouwd, dan vielen ook de goederen die hij bezat voor aanvang van het huwelijk in de gemeenschap. In dit voorbeeld is Jan in 2018 getrouwd en bezat hij voorafgaand aan het huwelijk enkel het huis. De inboedel, de auto en de overige bezittingen zijn tijdens het huwelijk verkregen. Dit betekent dat de waarde van het huis en de helft van de gemeenschap moeten worden verdeeld.

De waarde van het huis wordt verdeeld over de echtgenote en de drie dochters. Ieder heeft dus recht op €75.000 van de waarde van het huis. De helft van de gemeenschap is €50.000 ieder heeft dus recht op €12.500 van de waarde van de goederen die binnen de gemeenschap vallen. Echter, de echtgenote verkrijgt de goederen van de nalatenschap, dus de kinderen krijgen voorlopig alleen een vordering van €87.500 op hun moeder. Zij kunnen deze vordering opeisen na haar overlijden of indien zij failliet gaat.

Stieffamiliegevaar

In het vorige voorbeeld hebben we gezien dat de langstlevende echtgenoot de goederen uit de nalatenschap krijgt. Het erfdeel van de kinderen bestaat vervolgens uit een niet opeisbare vordering op de langstlevende echtgenoot. Kortom de kinderen hebben geen recht meer op goederen, maar recht op geld in de toekomst. Dit brengt het stieffamiliegevaar in beeld. In de gemeenschap kunnen goederen hebben gezeten die van emotionele waarde zijn voor de kinderen. Die goederen behoren vooralsnog toe aan de langstlevende echtgenote, maar wat als deze opnieuw trouwt in gemeenschap van goederen. Verkrijgt dat de stiefouder het gezamenlijke eigendom over deze goederen? In beginsel is het antwoord hierop ja, wel als de kinderen niets doen. De kinderen hebben namelijk het recht om, in het geval de langstlevende ouder hertrouwt, goederen te vorderen ter waarde van de vordering die zij op de ouder hebben.

Voorbeeld

Stel dat Maria (de echtgenote van Jan uit het vorige voorbeeld), een nieuwe partner vindt. Maria en Frederik trouwen in gemeenschap van goederen. Echter, in de nalatenschap van Jan zitten twee schilderijen die van emotionele waarde zijn voor de oudste dochter van Jan en Maria. Zij wil niet dat Frederik straks het eigendom verkrijgt van deze schilderijen. Kinderen uit het eerste huwelijk kunnen, wegens het nieuwe huwelijk, de geldelijke vordering omzetten in een vordering op een goed ter waarde van maximaal het geldbedrag waartoe zij een vordering hebben. De dochter kan dus een deel van haar vorderingsrecht omzetten in een eigendomsrecht. Hierbij moet zij wel het vruchtgebruik van Frederik en Maria dulden. Stel dat de twee schilderijen samen €50.000 waard zijn. Dan haar erfdeel nu het eigendom van de twee schilderijen plus de resterende vordering ter waarde van €37.500.

Het testamentair erfrecht

Een erflater kan ook zelf beslissen aan wie welk gedeelte van de nalatenschap toe moet komen. De voorwaarde van onwaardigheid zoals beschreven bij het wettelijk erfrecht geldt hier ook. Men mag ook geen voordeel behalen uit het testamentair erfrecht indien men onwaardig is met betrekking tot het erfrecht. Daarnaast regelt de wet dat je enkel het testament persoonlijk mag maken. Niemand kan dus namens jou beslissingen maken die betrekking hebben op de verdeling van jouw nalatenschap. Je kan hier niemand voor machtigen. Jij beslist dus echt zelf. Daarnaast mag je te allen tijde jouw beslissingen intrekken en wijzigen. Het testament wordt ook wel een wilsbeschikking genoemd. Wat jij persoonlijk wil, wordt bekend als jouw testament na overlijden wordt geopend. De notaris legt dit ten slotte vast in het testament. Het is ook mogelijk een soortgelijk document op te stellen zonder bij de notaris langs te gaan. Dit heet een codicil.

De notaris

Zoals hiervoor al beschreven legt de notaris de wilsbeschikking vast in het testament. Hierin hoeft niet altijd exact te staan wie welk goed krijgt. Soms wil een erflater enkel bepaalde zaken specifiek geregeld hebben. Daarom bespreekt de notaris eerst of er sprake is van een huwelijk en zo ja of er sprake is van huwelijksvoorwaarden of gemeenschap van goederen. Vervolgens legt de notaris uit wat het betekent als je niets regelt. De 4 groepen van erfgenamen volgens de wet en de wettelijke verdeling komen dan ter sprake. Hieruit kan voortvloeien dat de erflater hier in grote lijnen mee akkoord gaat. Maar dat bijvoorbeeld specifieke zaken, zoals de schilderijen in het voorbeeld, apart moeten worden geregeld, vanwege de grote emotionele waarde die zij vertegenwoordigen. Hieronder volgen enkele voorbeelden van aparte regelingen die in een testament voor kunnen komen.

Legaten

Een legaat is het toekennen van een bepaald vorderingsrecht. De erflater wil graag dat een bepaald goed bij een specifiek persoon terecht zal komen. In het al eerdergenoemde voorbeeld hadden de schilderijen van Jan een grote emotionele waarde voor de oudste dochter. Jan kan daarom in zijn testament bepalen dat de schilderijen naar zijn oudste dochter gaat. Na zijn overlijden heeft zijn oudste dochter een vorderingsrecht tot de schilderijen. Uit de nalatenschap kan zij de schilderijen vorderen.

Erfstellingen

Een erfstelling is het toekennen van een erfrecht aan een specifiek persoon. In dit geval wil de erflater, een specifiek persoon tot erfgenaam benoemen. Het wettelijke erfrecht kijkt voor de erfgenamen enkel naar personen met familierechtelijke betrekkingen. Een goede vriend is dus in het wettelijk geregelde erfrecht geen erfgenaam. Via een erfstelling is het mogelijk om een goede vriend te benoemen als erfgenaam.

Lasten

Een last is het opleggen van een uit te voeren verplichting. Het gaat in dit geval niet om een uit te voeren vorderingsrecht als bij de legaten, maar om een verplichting om echt iets te doen. Denk hierbij aan het jaarlijks organiseren van een herdenkingsbijeenkomst met de familie. Het niet nakomen van deze last kan als consequentie hebben dat het verdere recht op de nalatenschap vervalt.

Problemen tijdens de uitvoering van het erfrecht

Hoewel het erfrecht wettelijk al uitgebreid is geregeld en personen zelf ook duidelijke beslissingen hierover kunnen maken, kan het alsnog voorkomen dat er problemen ontstaan. Niet iedereen is altijd even blij met de afwikkeling en de verdeling. Denk daarbij aan de situatie dat iemand onterfd is, het aanvaarden van een erfenis, de situatie wanneer een erfgenaam bewijs nodig heeft van zijn recht of de situatie waarin de erflater geen erfgenamen heeft. Deze situaties zullen hieronder worden besproken

Onterving van een niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot

Een erflater kan van mening zijn dat de echtgenoot voldoende in staat is om in zijn onderhoud te voorzien en te overleven zonder erfenis. De kinderen echter hebben geld nodig om te kunnen studeren en een huis te kopen. In dit geval is het mogelijk om in het testament vast te leggen dat de kinderen alles erven. Impliciet is hiermee de langstlevende echtgenoot onterft. De wet kent enkele beschermende bepalingen voor deze echtgenoot. Hij of zij mag in ieder geval nog 6 maanden na het overlijden van de erflater in het huis blijven wonen en de inboedel gebruiken. Heeft de langstlevende echtgenoot niet voldoende middelen om goed verzorgd achter te blijven, dan kan hij of zij een vruchtgebruik vestigen op de woning, de inboedel en eventuele andere goederen. Dit betekent dat het eigendom van deze zaken wel bij de kinderen ligt. Zij moeten alleen dulden dat de langstlevende echtgenoot de zaken gebruikt. Zijn de kinderen en de langstlevende echtgenoot het niet eens over de vraag of de langstlevende echtgenoot goed verzorgd achterblijft, dan beslist de kantonrechter of de langstlevende echtgenoot voldoende eigen vermogen heeft.

Onterving van kinderen

Er bestaan twee mogelijkheden voor kinderen om toch een deel van de nalatenschap te verkrijgen wanneer zij zijn onterfd. Dit zijn de ‘Som ineens’ en de ‘Legitieme portie’. De som ineens is een geldbedrag bedoeld voor de verzorging en opvoeding van een kind tot 18 jaar en een vergoeding voor levensonderhoud en onderwijskosten tot 21 jaar. Een kind heeft hier recht op als er geen andere erfgenaam of partner is die wettelijk verplicht is om de verantwoordelijkheid voor deze kosten te dragen voor het kind. Een meerderjarig (pleeg/stief/klein)kind heeft ook recht op een som ineens indien hij of zij gedurende de meerderjarigheid, arbeid heeft verricht in de huishouding zonder daarvoor een passende vergoeding te hebben ontvangen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een meerderjarig kind als mantelzorger een van de ouders verzorgde. De som ineens kan maximaal de helft van de waarde van de nalatenschap bedragen.

De legitieme portie is het erfdeel waar kinderen altijd recht op hebben. Dit is een minimumbedrag waar kinderen recht op hebben ongeacht of zij onterfd zijn of niet. Vaak komt de legitieme portie pas ter sprake bij onterving of gedeeltelijke onterving. Dus in situatie waarbij een kind niets krijgt, of onevenredig veel minder dan de rest van de kinderen. De legitieme portie wordt berekend over de helft van de waarde van de totale nalatenschap en bedraagt het deze waarde gedeeld door het aantal achtergelaten erfgenamen. Simpeler gezegd is de legitieme portie de helft van het erfdeel wat verkregen zou worden volgens het wettelijke erfrecht.

Voorbeeld

Stel Jan laat wederom €400.000 euro na. Maria, zijn echtgenote en zijn drie dochters leven nog. Echter, Jan heeft al jarenlang geen contact meer met zijn oudste dochter na een heftige ruzie en heeft in zijn testament haar onterft, verder heeft hij niets geregeld. De oudste dochter heeft dan recht op de legitieme portie. Deze wordt berekend over de helft van de nalatenschap dus over €200.000. Dit bedrag moet gedeeld worden door het aantal wettelijke erfgenamen. In dit geval 4 personen; Maria en de 3 dochters. De oudste dochter heeft dus recht op een legitieme portie ter waarde van €50.000. Aangezien Maria na het overlijden alle goederen verkrijgt, heeft de oudste dochter een vordering ter waarde van €50.000 op Maria. Ook deze vordering is pas opeisbaar na haar overlijden of bij eventueel faillissement.

Aanvaarden van de erfenis

Een erfenis bevat niet altijd alleen maar geld of bezittingen. In sommige gevallen kan een erfenis ook verplichtingen of vorderingen bevatten. Daarom is het in sommige gevallen verstandig om de erfenis te weigeren of te aanvaarden. Een erfgenaam heeft dus eigenlijk drie mogelijkheden;

Is er sprake van zuivere aanvaarding, dan gaan alle nagelaten bezittingen, rechten en plichten over op de erfgenaam. Heeft de erflater meer schulden dan vermogen en bezittingen. Dan zal de erfenis uiteindelijk bestaan uit het betalen van de schulden. Minderjarigen kunnen niet zuiver aanvaarden, op deze manier worden zij beschermd door eventuele schulden die kunnen volgen uit de erfenis.

Indien er sprake is van beneficiaire aanvaarding, ligt dit anders. In dit geval aanvaard de erfgenaam de erfenis voor zover de schulden niet groter zijn dan het vermogen en de bezittingen van de erflater. Stel, de erflater heeft een huis ter waarde van €250.000 en verder enkel een resterende hypotheekschuld van €200.000 maar ook overige schulden ter waarde van €100.000. Dan erft de erfgenaam na beneficiaire aanvaarding de woning en de schulden tot een maximale waarde van €250.000. Zo hoeft de erfgenaam niet met zijn eigen privévermogen garant te staan voor de schulden van de erflater.

In het geval dat de erfgenaam de erfenis verwerpt, ontvangt hij niets. De erfenis gaat dan over op de eerstvolgende erfgenaam. Het lijkt erop dat het verstandig is om altijd voor beneficiaire aanvaarding te kiezen. Echter, men moet wel rekeninghouden met het feit dat beneficiaire aanvaarding extra tijd en geld kost. Na de beneficiaire aanvaarding vindt namelijk nog een vereffeningsprocedure plaats. In deze procedure wordt gekeken naar de verdeling van de bezittingen, vermogen en de aanwezige schulden.

Bewijs van erfenis

Soms verlangen instanties een bewijs van erfrecht. Denk bijvoorbeeld aan de een bank. Die wil eerst bewijs zien voordat zij een bankrekening toewijzen aan een erfgenaam. Dit bewijs kan getoond worden met een verklaring van erfrecht. Dat is een notariële akte waarin staat wie de erfgenamen zijn, wat de erfenis precies omvat en of de erfgenamen de erfenis hebben aanvaard. De kosten die een notaris hiervoor in rekening brengt verschillen, de hoogte hangt af van het aantal erfgenamen en de wijze van aanvaarding.

Geen erfgenaam

Het kan voorkomen dat een erflater helemaal geen familie meer heeft en geen testament heeft opgesteld. In dat geval is er dus ook helemaal geen erfgenaam. De wet bepaalt dan dat de staat de erfenis verkrijgt. Het Rijksvastgoedbedrijf beheert dan de erfenis, zij gaan allereerst wel nog op zoek naar mogelijke erfgenamen of rechthebbenden. Kan het Rijksvastgoedbedrijf geen erfgenamen of rechthebbenden vinden, dan wordt de erfenis omgezet in geld en wordt het geld in de consignatiekas van het Ministerie van Financiën bewaard. Hier blijft het gedurende 20 jaar beschikbaar voor rechthebbenden. Dient zich binnen deze termijnen geen rechthebbende aan, dan gaat na deze 20 jaar het geld over naar de staatskas.

Advocaat erfrecht

De kosten voor een advocaat variëren per kantoor en soms ook per advocaat. Heb je een laag inkomen en geen rechtsbijstandverzekering? Wellicht kan je dan gebruik maken van gesubsidieerde rechtsbijstand. Vaak noemen we dit ook wel pro deo advocaten. Jouw advocaat is dan niet volledig gratis, maar je betaalt een inkomensafhankelijke bijdrage. De advocaten van Lawspot werken ook op basis van pro deo.

In het erfrecht is het verplicht dat je gebruik maakt van een advocaat. Een advocaat kan je helpen met het indienen van de dagvaarding of het komen tot een schikking. De erfrecht advocaten van Lawspot helpen je hier graag bij. Mocht je een vraag hebben over het erfrecht, of heb jij een erfrecht advocaat nodig? Neem dan contact op. Wij zijn bereikbaar op 085 – 5000 202.

Direct juridische hulp?

Vul het contactformulier in, dan neemt een gespecialiseerde advocaat gauw contact met je op.

Zelf bellen kan natuurlijk ook, wij zijn bereikbaar via 085 – 5000 202.

erfenis

Erfenis

In de meeste gevallen zijn de verkrijgers van een erfenis: erfgenamen, een echtgenoot en de kinderen. Als de overledene een testament had opgesteld voor het

Meer lezen »
wilsrechten

Wilsrechten

Wanneer wilsrechten inroepen? Wanneer een van de ouders komt te overlijden en de langstlevende ouder tot het besluit komt om opnieuw in het huwelijksbootje te

Meer lezen »
codicil

Codicil

Een codicil: Wat betekent dit en wat kan ik er mee doen? Een codicil bestaat uit de volgende onderdelen: het is een verklaring die door

Meer lezen »
testament

Testament

Op welke manier kan ik een testament opstellen? U moet een testament opstellen bij de notaris. Wat u bij uw overlijden geregeld wil hebben, zoals

Meer lezen »
beneficiair aanvaarden

Beneficiair aanvaarden

Hoe gaat de beneficiaire aanvaarding van een erfenis? Bij het beneficiair aanvaarden van een erfenis bent u niet verplicht tot betaling van de gemaakte schulden

Meer lezen »
onterven kind

Onterven kind

Een kind kan nooit volledig onterfd worden. Zelfs niet als zijn of haar ouders in hun testament hebben opgenomen dat hun kind niks erft. Het

Meer lezen »
Plaatsvervulling erfrecht

Plaatsvervulling erfrecht

Plaatsvervulling in het wettelijke erfrecht; wat betekent dit? Het wettelijke erfrecht geeft dat een persoon erfgenaam kan worden door middel van plaatsvervulling. Dit houdt in

Meer lezen »
Erfenis

Erfenis betekenis

Op het moment dat mensen overlijden blijft er een erfenis achter. Deze erfenis omvat alle schulden en bezittingen die de persoon die overlijdt achterlaat. Contact

Meer lezen »
Bel nu